ECLI:NL:CRVB:2018:1309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening studiefinanciering wegens onvoldoende feitelijke grondslag en motiveringsgebrek
Appellant ontving studiefinanciering voor 2015 op basis van een uitwonende norm. De minister herzag dit besluit na een onderzoek naar de woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat appellant feitelijk thuiswonend was. Dit leidde tot terugvordering van € 916,90.
In hoger beroep erkende de minister dat het oorspronkelijke onderzoek onrechtmatig was verricht en baseerde het besluit uitsluitend op reisgegevens van appellant. Deze gegevens betroffen echter een lange periode, waarvan een deel na uitschrijving uit de basisregistratie personen (brp) viel, waardoor ze niet relevant waren voor de beoordeling.
De Raad oordeelde dat de reisgegevens niet als voldoende bewijs konden dienen om de herziening te rechtvaardigen, mede gezien de verklaring van appellant over zijn reisgedrag. Het bestreden besluit ontbeerde daardoor een deugdelijke motivering en werd vernietigd. Tevens werd het eerdere besluit van 22 mei 2015 herroepen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en feitelijke grondslag.