Uitspraak
17.7037 MAW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht in rang [rang 1], stelde zich kandidaat voor een vacant geworden functie van staf onderofficier [naam functie] met rang [rang 2]. De vacature vermeldde niet dat ook kandidaten met rang [rang 1] in aanmerking kwamen. De staatssecretaris wees de functie toe aan een kandidaat met rang [rang 2], mede vanwege het beleid gericht op horizontale mobiliteit en het toewerken naar een personeelsbestand met de juiste kwantitatieve en kwalitatieve verhoudingen.
Appellant maakte bezwaar tegen de toewijzing en het ontbreken van bevorderingsruimte, en stelde dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris terughoudend wordt getoetst en dat het beleid om voorkeur te geven aan kandidaten met de juiste rang niet onredelijk is.
De Raad wees het beroep van appellant af omdat de vacaturetekst geen ruimte bood voor kandidaten met rang [rang 1] en er geen verplichting bestond tot toepassing van de hardheidsclausule. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak bevestigt het ruime beoordelingskader van de overheid bij functietoewijzing binnen de militaire organisatie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.