ECLI:NL:CRVB:2002:AE6146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toewijzing militaire functie en ervaringseis bij functietoewijzing
Appellant, adjudant-onderofficier bij Defensie, verzocht om toewijzing van een luitenantsfunctie, welke aanvankelijk werd afgewezen wegens het niet voldoen aan kennis- en ervaringsvereisten. Na vernietiging van het eerste besluit werd het verzoek opnieuw afgewezen op basis van het niet vervuld hebben van een functie als luitenant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het toewijzen van functies binnen de krijgsmacht geschiedt op basis van discretionaire bevoegdheid volgens het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) en de Regeling functietoewijzing en bevordering Koninklijke landmacht (RFBKL).
De Raad stelt dat het beleid om een ervaringseis te stellen, mede ingegeven door bestandsmatige redenen en het voorkomen van nieuwe officieren, niet in strijd is met het AMAR of RFBKL. De tijdelijke bevordering van appellant tot luitenant tijdens uitzending wordt niet gelijkgesteld aan het volledig vervuld hebben van een luitenantsfunctie. Het besluit om de functie te blokkeren in plaats van toe te wijzen met bevordering wordt geaccepteerd gezien de beleidsvrijheid en organisatorische omstandigheden.
Daarmee faalt het hoger beroep en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.