ECLI:NL:CRVB:2018:1387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellante had bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een opgegeven adres. Het dagelijks bestuur van Werkplein Hart van Brabant weigerde de bijstand omdat uit onderzoek bleek dat zij niet haar hoofdverblijf had op dat adres. Dit onderzoek omvatte onder meer waarnemingen, waterverbruikgegevens, afvalaanbod, verklaringen van buurtbewoners en een huisbezoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in de relevante periode haar hoofdverblijf op het opgegeven adres had. Het lage waterverbruik, het ontbreken van afvalaanbod, en verklaringen van de bovenbuurman en andere buurtbewoners ondersteunden dit oordeel.
De verklaringen van appellante en andere getuigen waren onvoldoende om het tegendeel te bewijzen. Ook het niet nakomen van de inlichtingenplicht leidde tot de afwijzing van de aanvraag. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege het ontbreken van het hoofdverblijf op het opgegeven adres.