ECLI:NL:CRVB:2018:1545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken informatie over buitenlands vermogen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1996 en vielen in een risicoprofiel voor onderzoek naar vermogen in het buitenland, opgesteld door het college van Utrecht. Dit profiel selecteerde bijstandsgerechtigden met een geboorteplaats buiten Nederland, die langer dan 28 dagen in het buitenland verbleven en een lopende uitkering hadden. Een onderzoek in Turkije door het Bureau Attaché bracht mogelijke onroerende zaken aan het licht, waarna het college appellanten verzocht informatie te verstrekken.
Appellanten leverden niet tijdig de gevraagde gegevens aan, waarop het college de bijstand opschortte en later introk. Appellanten voerden onder meer aan dat het risicoprofiel discriminerend was en dat zij niet langer dan 28 dagen in het buitenland verbleven. De Raad oordeelde dat het risicoprofiel gerechtvaardigd was, omdat het onderscheid naar geboorteplaats een 'verdacht' onderscheid is dat echter door zeer zwaarwegende redenen wordt gerechtvaardigd. Het middel stond in redelijke verhouding tot het doel van rechtmatige toepassing van de bijstandswetgeving.
De Raad verwierp ook het beroep op discriminatieverbod en stelde vast dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet binnen de hersteltermijn over de gevraagde gegevens konden beschikken. De intrekking van de bijstand werd daarom gegrond verklaard en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet verstrekken van informatie over vermogen in Turkije wordt bevestigd.