ECLI:NL:CRVB:2018:1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 45-55% door Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt een WAO-uitkering en betwist de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV, die was vastgesteld op 35 tot 45%, later verhoogd naar 46,38% en ingedeeld in de klasse 45 tot 55%. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank het besluit vernietigd vanwege een ontbrekende arbeidskundige grondslag, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. Appellant voerde aan dat de functies waarop de schatting was gebaseerd niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep heeft een onafhankelijke verzekeringsarts benoemd die aanvullende beperkingen heeft vastgesteld, waarna de FML werd aangepast. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid 53,71% bedraagt, waarmee appellant ongewijzigd in de klasse 45 tot 55% blijft ingedeeld. De Raad oordeelt dat het rapport van de deskundige zorgvuldig en overtuigend is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Verder veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant, inclusief een gedeeltelijke vergoeding van de kosten van door appellant ingeschakelde deskundigen en het griffierecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 45 tot 55% en wijst het hoger beroep af.