Uitspraak
16.8053 WW-PV
mr. W. de Rooy-Bal, gemachtigde van het Uwv
Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake de oplegging van een maatregel door het UWV.
Appellant stelde dat hij wegens ziekte niet kon solliciteren, maar de Raad oordeelde dat hij niet ongeschikt was om te werken en dus ook in staat was om te solliciteren. Appellant kon dit niet aannemelijk maken met medische stukken. Hierdoor werd vastgesteld dat appellant niet voldeed aan zijn sollicitatieverplichtingen.
Het beroep op dringende reden werd verworpen omdat appellant geen onderbouwing gaf van ernstige gevolgen van de maatregel. De Raad concludeerde dat het opleggen van de maatregel passend was en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De maatregel wegens het niet solliciteren wordt bevestigd omdat appellant niet ongeschikt was om te werken en niet voldeed aan zijn verplichtingen.