Uitspraak
16.4731 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
beslissing op het bezwaar tegen het besluit van 3 maart 2015 te nemen met inachtneming van
deze uitspraak;
van in totaal € 169,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2010 bijstand en bijzondere bijstand voor bewindvoering. Na beëindiging en terugvordering van bijstand wegens verzwegen internethandel en onvoldoende administratie, diende appellant in 2015 een nieuwe aanvraag in via zijn bewindvoerder. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat niet alle gevraagde stukken tijdig waren ingediend, met een hersteltermijn van ruim veertien dagen.
Door een foutieve verzending van de brief met het verzoek om aanvullende gegevens, ontving de bewindvoerder deze pas op 4 februari 2015, waardoor feitelijk slechts zeven dagen restten om de stukken aan te leveren. De Raad oordeelt dat deze resterende termijn onredelijk kort is gezien de aard en omvang van de gevraagde gegevens.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad vernietigt deze uitspraak en het besluit van het college, verklaart het beroep gegrond en draagt het college op binnen acht weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen, inclusief een beslissing over kostenvergoeding en wettelijke rente.
Tot slot veroordeelt de Raad het college in de kosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot buiten behandeling stellen wordt vernietigd wegens een onredelijk korte hersteltermijn en het college moet een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen.