ECLI:NL:CRVB:2018:1781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde handelsactiviteiten via Marktplaats
Appellante ontving bijstand vanaf september 2012, eerst samen met haar partner en later als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme melding is een onderzoek ingesteld naar haar verkoopactiviteiten via Marktplaats, waaruit bleek dat zij in de periode van september 2012 tot april 2015 563 advertenties plaatste met diverse goederen. Het dagelijks bestuur trok daarop de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het ging om incidentele verkoop van privégoederen, die niet gemeld hoefde te worden. De Raad oordeelde dat gezien de omvang, regelmaat en aard van de verkopen sprake was van handel en dus van op geld waardeerbare arbeid die gemeld had moeten worden.
Appellante had geen volledige administratie bijgehouden en kon niet aannemelijk maken dat zij recht had op bijstand over de periode. Ook de bankafschriften en verklaringen boden onvoldoende inzicht. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens niet gemelde handelsactiviteiten via Marktplaats.