ECLI:NL:CRVB:2018:1797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing bijstandsaanvraag wegens bijschrijvingen boven norm zonder aannemelijke leningen
Verzoeker vroeg bijstand aan op 10 augustus 2016 en overhandigde bankafschriften waaruit bleek dat hij maandelijkse bijschrijvingen ontving die hoger waren dan de toepasselijke bijstandsnorm. Het dagelijks bestuur van Werkplein Drentsche Aa wees de aanvraag af omdat de bijschrijvingen als vrij besteedbaar inkomen werden gezien en verzoeker niet aannemelijk maakte dat het leningen betrof.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde het besluit, maar oordeelde ook over een tweede besluit dat het dagelijks bestuur had genomen ter uitvoering van de uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank niet bevoegd was om over het tweede besluit te oordelen en vernietigt deze uitspraak.
De Raad bevestigt dat de bijschrijvingen als inkomen moeten worden beschouwd omdat verzoeker onvoldoende bewijs leverde dat het leningen betrof die bedoeld waren voor levensonderhoud en terugbetaling. Het hoger beroep tegen beide besluiten wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak benadrukt de strikte voorwaarden waaronder leningen als niet-beschikbaar inkomen kunnen worden aangemerkt en bevestigt de bevoegdheidsverdeling tussen rechtbank en Centrale Raad van Beroep in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.