ECLI:NL:CRVB:2018:1861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding verblijf op ander adres
Appellant stond ingeschreven op een uitkeringsadres en ontving bijstand sinds september 2013. Het college stelde een onderzoek in naar de woonsituatie vanwege nieuwe wetgeving over de kostendelersnorm. Uit verklaringen van de eigenaar van het uitkeringsadres, gesprekken en huisbezoeken bleek dat appellant niet daadwerkelijk op het uitkeringsadres woonde, maar elders verbleef.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 18 september 2013 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de verklaringen niet betrouwbaar waren.
De Raad oordeelde dat het college voldoende feitelijke grondslag had voor het besluit, waaronder verklaringen, huisbezoeken en inconsistenties in de opgave van appellant. De schending van de inlichtingenverplichting door appellant maakte intrekking en terugvordering terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstand is terecht ingetrokken en teruggevorderd wegens niet-melding van het feitelijke verblijf op een ander adres.