ECLI:NL:CRVB:2018:1904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste afronding en herziening boetebedrag bij schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand en was parttime werkzaam bij een werkgever, maar gaf haar inkomsten niet tijdig door, waardoor het college een boete oplegde wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat zij geen mogelijkheid had gekregen om inkomsten door te geven en dat de boete te hoog en onjuist was afgerond.
De Raad oordeelde dat appellante haar inkomsten zelf had moeten melden en dat het college terecht een boete oplegde wegens normale verwijtbaarheid. Wel werd vastgesteld dat de boete onterecht naar boven was afgerond op een veelvoud van €10, omdat deze afrondingsregel per 1 januari 2017 was vervallen. Daarom werd de boete herzien naar het juiste bedrag van €968,87.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft, stelde de boete vast op het correcte bedrag en veroordeelde het college in de kosten van appellante. Een vergoeding van de kosten van bezwaar werd niet toegekend omdat de herroeping niet aan het bestuursorgaan te wijten was.
Uitkomst: Boete wegens schending inlichtingenverplichting herzien tot €968,87 en college veroordeeld in proceskosten.