ECLI:NL:CRVB:2018:1946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid en afwijzing schadevergoeding WIA-uitkering
Appellante, werkzaam als manueel therapeut, meldde zich ziek vanwege gezondheidsklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 68,37% en handhaafde dit na een vervolgonderzoek ondanks een melding van verslechtering van haar gezondheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen waren onderschat, onder meer door een depressie en bijwerkingen van medicatie, en verzocht om een psychiatrische expertise.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderzoeken voldoende waren en dat de aanvullende medische informatie van na de datum in geding niet doorslaggevend was. De arbeidsdeskundigen motiveerden overtuigend dat appellante de functies kan vervullen met inachtneming van haar beperkingen. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure binnen de redelijke termijn was afgerond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde het UWV in de proceskosten en wees het verzoek om schadevergoeding af. De Raad vond geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en concludeerde dat de bezwaren van appellante onvoldoende waren onderbouwd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.