ECLI:NL:CRVB:2018:1985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaarheid van onderneming
Appellante exploiteert sinds oktober 2014 een eenmanszaak en heeft in juli 2015 een aanvraag ingediend voor bedrijfskapitaal op grond van het Bbz 2004. Het college heeft een renteloze lening toegekend, maar na advies van FBA Adviesgroep is de aanvraag afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht.
FBA concludeerde dat de exploitatiemogelijkheden beperkt zijn door grote concurrentiedruk, gebrek aan onderscheidend vermogen en onvoldoende cashflow. Het college heeft het bezwaar van appellante tegen de afwijzing ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd.
In hoger beroep stelt appellante dat haar bedrijf wel levensvatbaar is, onder meer door een nieuwe focus op de Spaanstalige markt en een doorstartplan. De Raad oordeelt dat het college terecht is uitgegaan van het deskundigenadvies van FBA en dat de situatie op het moment van het besluit (10 september 2015) bepalend is. Latere ontwikkelingen kunnen niet leiden tot vernietiging van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.