ECLI:NL:CRVB:2018:1993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering na verklaring appellant
Appellante ontving bijstand sinds februari 2012 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding over een gemeenschappelijke huishouding met een derde is een onderzoek gestart. Tijdens een huisbezoek op 16 oktober 2015 verklaarde appellante haar bijstand te willen beëindigen per 1 juli 2015 en ondertekende zij een verklaring waarin zij aangaf de gevolgen te begrijpen en een bedenktijd te accepteren.
Het college trok de bijstand per 1 juli 2015 in en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar verklaring berustte op een misverstand door taalproblemen en dat zij nooit had verzocht haar bijstand te stoppen.
De Raad oordeelt dat van de juistheid van de ondertekende verklaring mag worden uitgegaan en dat een latere intrekking of ontkenning weinig betekenis heeft. Appellante heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd om hiervan af te wijken en heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij de verklaring niet begreep of de gevolgen niet kon overzien. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.