ECLI:NL:CRVB:2018:2002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens samenwoning en afwijzing aanvraag alleenstaande
Appellante ontving bijstand als alleenstaande naast haar WIA-uitkering en stond ingeschreven op een adres. Bij een onderzoek naar rechtmatigheid van bijstand aan een derde (R) werden op diens adres spullen van appellante aangetroffen. Appellante en R ondertekenden verklaringen waarin zij aangaven samen te gaan wonen en hun bijstand per 1 november 2015 wilden beëindigen.
Het college trok daarop de bijstand van appellante in en wees haar aanvraag voor bijstand als alleenstaande af, omdat zij samenwoonde met R. Appellante en R vroegen vervolgens gezamenlijk bijstand aan als gehuwden, welke werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante onder druk te zijn gezet bij het afleggen van verklaringen, maar de Raad oordeelde dat de verklaringen rechtsgeldig zijn en dat de intrekking terecht was. De aanvraag van 9 december 2015 werd terecht afgewezen omdat appellante geen zelfstandig recht op bijstand had.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 november 2015 wordt bevestigd en de aanvraag bijstand als alleenstaande terecht afgewezen.