ECLI:NL:CRVB:2018:2016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering IVA-uitkering wegens ontbreken volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid per 16 september 2014
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Overijssel, waarin het besluit tot weigering van een IVA-uitkering aan werknemer werd vernietigd. De werknemer was sinds 2001 in dienst bij betrokkene en kreeg per 16 september 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.
Appellant stelde dat op de datum in geding geen sprake was van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, zoals vereist voor een IVA-uitkering, en verwees naar medische rapporten van verzekeringsartsen. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de medische gegevens onvoldoende onderbouwden dat er een redelijke verwachting van verbetering bestond.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de beoordeling van duurzaamheid moet plaatsvinden op basis van de medische situatie en verwachtingen op de datum in geding, zonder rekening te houden met latere ontwikkelingen. Uit de medische informatie bleek dat op 16 september 2014 nog sprake was van een kans op verbetering en dat werknemer in eerdere herstelperioden ook werkzaam was geweest. Daarom is het besluit tot weigering van de IVA-uitkering terecht genomen en worden de eerdere uitspraken vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de IVA-uitkering per 16 september 2014 blijft in stand.