ECLI:NL:CRVB:2014:3842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.I. van der Kris
- J.S. van der Kolk
- C.J.W. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsongeschikt
Appellant was werkzaam als granuleerder en viel uit wegens hoofdpijnklachten. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig onderzoek vast dat appellant niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt was en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellant maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering, stellende dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het oordeel dat appellant nog een redelijke kans op herstel had. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en bracht een nieuw arbeidsgeneeskundig rapport in. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende medische onderbouwing had gegeven en dat het nieuwe rapport geen aanleiding gaf tot een ander oordeel, mede omdat het herstelperspectief op de peildatum leidend is.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. De toekenning van een IVA-uitkering per 28 januari 2014 bleef buiten beschouwing omdat deze datum buiten het geschil valt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de IVA-uitkering bevestigd.