ECLI:NL:CRVB:2018:2037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst IVA-uitkering toe wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig automonteur, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een 100% arbeidsongeschiktheid vast per 27 februari 2015, maar oordeelde dat deze niet duurzaam was, waardoor appellant geen recht had op een IVA-uitkering.
De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat er behandelmogelijkheden waren die herstel konden bevorderen. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn arbeidsongeschiktheid wel duurzaam was, mede onderbouwd met medische informatie. Tijdens het hoger beroep trok appellant zijn schadevergoedingsverzoek in.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep had geconcludeerd dat de psychiatrische aandoening van appellant duurzaam was en dat de beperkingen door de chronische myeloïde leukemie (CML) een goede prognose hadden, maar dat de combinatie van beperkingen leidde tot duurzame volledige arbeidsongeschiktheid per 27 februari 2015.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en bepaalde dat appellant recht heeft op een IVA-uitkering vanaf die datum. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 juli 2018.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een IVA-uitkering vanaf 27 februari 2015 wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.