Uitspraak
17 5859 BBZ
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante exploiteert sinds oktober 2014 een eenmanszaak en heeft meerdere aanvragen ingediend voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na advies van FBA Adviesgroep is haar aanvraag afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is. FBA concludeerde dat de exploitatiemogelijkheden onvoldoende zijn, de omzetprognose niet haalbaar is en er een oplopend vermogenstekort verwacht wordt.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond, waarbij zij ook oordeelde dat appellante niet voldeed aan het urencriterium. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door dit mee te nemen en beoordeelt alleen de grondslag dat het bedrijf niet levensvatbaar is.
De Raad oordeelt dat het college het advies van FBA terecht heeft gevolgd, aangezien appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het advies onzorgvuldig of onjuist is. Ook het ondernemingsplan en de omzet na het besluitmoment bieden geen voldoende grond om het advies te weerleggen. De afwijzing van de aanvraag wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De aanvraag bijstand zelfstandigen wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.