ECLI:NL:CRVB:2018:2131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding vermogen in buitenland
Betrokkenen ontvingen bijstand en werden onderzocht naar aanleiding van fraudemeldingen over bezit van onroerende zaken in Turkije. De gemeente Nijmegen trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens niet-melding van vermogen boven de vermogensgrens.
Betrokkenen maakten bezwaar tegen de besluiten, waarbij discussie ontstond over de juiste bekendmaking van het intrekkingsbesluit aan hun gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het besluit niet correct aan de gemachtigde was toegezonden, waardoor de termijn niet was gestart.
De Raad beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden van het beroep. Er was geen sprake van discriminatie bij het onderzoek, het vermogensonderzoek in Turkije was rechtmatig uitgevoerd en de schulden van betrokkenen waren onvoldoende aannemelijk om het vermogen te reduceren onder de vermogensgrens.
Daarom verklaarde de Raad het beroep tegen het nader besluit ongegrond en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van betrokkenen. De intrekking en terugvordering van de bijstand bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het nader besluit wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand blijven in stand.