Uitspraak
16.4882 WW
22 juni 2016, 15/4569 (aangevallen uitspraak)
mr. Gürses verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.M. Schuijt.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het UWV vanwege onrechtmatige besluiten die in 2011 zijn genomen om zijn WW-, ZW- en WIA-uitkeringen in te trekken en terug te vorderen. De Raad vernietigde eerder deze besluiten en het UWV betaalde de uitkeringen en wettelijke rente na.
Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van diverse schadeposten, waaronder kosten van rechtsbijstand in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures, debetrentekosten en immateriële schade. Het UWV wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de schadevergoeding af.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gronden of medische onderbouwing aangevoerd, maar slechts zijn eerdere standpunten herhaald. De Centrale Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat er geen causaal verband bestaat tussen de kosten van de strafrechtelijke procedure en de onrechtmatige besluiten, dat debetrentekosten reeds door wettelijke rente zijn gecompenseerd, en dat immateriële schade niet aannemelijk is gemaakt.
De Raad bevestigt hiermee de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van schadevergoeding door het UWV wordt bevestigd.