ECLI:NL:CRVB:2018:2163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verblijf in buitenland en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand sinds 2009 en werd vanwege psychische problemen ontheven van enkele verplichtingen. Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar het verblijf van appellant in een gehuurd appartement en zijn verblijf in het buitenland. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanwege schending van de inlichtingenplicht over verblijven in Marokko.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door psychische problemen meerdere tickets boekte zonder deze te gebruiken en dat hij zijn verblijf in het buitenland nauwkeurig kon aantonen met verklaringen en bankafschriften. De Raad oordeelde dat het boeken van tickets weliswaar niet automatisch gebruik betekent, maar gezien het aantal boekingen en erkende verblijven in Marokko het vermoeden gerechtvaardigd is dat appellant daadwerkelijk is gereisd.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de tickets niet heeft gebruikt en dat hij zijn paspoort kwijt was, waardoor bewijs via stempels ontbreekt. De intrekking werd daarom beperkt tot de maanden waarin verblijf in Marokko en het boeken van tickets plaatsvond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand bevestigd.