ECLI:NL:CRVB:2018:2207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling werkzaamheden en vergoeding rechtsbijstand ambtenaar
Appellante, werkzaam bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, maakte bezwaar tegen een salarisverlaging wegens ziekte en tegen de omvang van haar vrijstelling van werkzaamheden voor promotieonderzoek.
De minister verleende vrijstelling van werkzaamheden voor promotieonderzoek en loopbaanoriëntatie, welke werd verlengd tot 1 juli 2018. Het bezwaar tegen de salarisverlaging werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de korting later werd teruggedraaid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ten onrechte niet in een hogere salarisschaal was ingeschaald, dat de vrijstelling onvoldoende was en dat de vergoeding voor rechtsbijstand ontoereikend was. De Raad oordeelde dat de functie-inschaling niet ter discussie stond, de vrijstelling passend was gezien de universitaire toelating en dat de forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand correct was vastgesteld zonder bijzondere omstandigheden voor verhoging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.