ECLI:NL:CRVB:2018:2251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor griffierecht wegens ontbreken procesbelang
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van griffierecht in vier procedures betreffende verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en dossierinzage over zijn zoon. Het bestuur heeft de aanvragen afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak en onvolledige aanvraagstukken.
De rechtbank verklaarde het beroep voor één aanvraag niet-ontvankelijk en voor de overige ongegrond. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gronden aangevoerd die het oordeel van de rechtbank ondermijnen. De Raad stelt vast dat één procedure is ingetrokken en dat de kosten daarvoor niet meer gemaakt kunnen worden, waardoor het procesbelang ontbreekt.
Verder is de opgevraagde informatie van algemene aard en niet noodzakelijk voor de procedures over zijn zoon. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand voor griffierecht wegens ontbreken van procesbelang en noodzaak.