ECLI:NL:RBROT:2020:1993
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- J. Gans
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroepen kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht in bijzondere bijstand en gegevensverstrekking
Eiser heeft in zes verschillende bestuursrechtelijke beroepszaken verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht, maar heeft dit uiteindelijk alsnog betaald binnen een aanvullende termijn. De rechtbank oordeelt dat de beroepen niet reeds niet-ontvankelijk zijn wegens niet tijdig betalen, maar verklaart ze kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.
De verzoeken van eiser betreffen bijzondere bijstand voor griffierechtkosten in diverse procedures en verzoeken om gegevens van derden uit de basisregistratie personen, die eiser wil gebruiken als getuigen in een schadestaatprocedure en andere procedures. De rechtbank stelt vast dat eiser reeds circa 150 procedures heeft gevoerd, veelal gerelateerd aan de ontzetting uit het ouderlijk gezag en plaatsing van zijn minderjarige zoon in een pleeggezin.
Eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de rechtbank zelf wijzen op misbruik van recht door eiser vanwege het indienen van kansloze verzoeken en procedures. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken en verklaart alle zes beroepen kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd omdat er geen kosten zijn gemaakt door het bestuursorgaan.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2020 door rechter J. Gans.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de zes beroepen kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.