ECLI:NL:CRVB:2018:2289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging gebruik dienstauto zonder volledige financiële compensatie
Appellanten, werkzaam als operationeel specialisten bij de Landelijke Eenheid, hadden jarenlang een dienstauto voor woon-werkverkeer en dienstreizen. De korpschef besloot op grond van nieuw beleid het gebruik van deze dienstauto's te beëindigen en gaf een termijn van drie maanden voor inlevering. De appellanten voerden aan dat zij onvoldoende financieel gecompenseerd werden en dat het besluit onrechtmatig was.
De rechtbanken oordeelden dat het besluit niet onrechtmatig was. De Raad onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat appellanten al langere tijd konden weten dat het gebruik van de dienstauto zou eindigen. De drie maanden gebruiksperiode wordt gezien als een passende tegemoetkoming. Verder is er een redelijke proportionaliteitsrelatie tussen het doel van het beleid en de maatregelen, mede door de geboden vergoeding voor openbaar vervoer en eigen vervoer.
Appellanten stelden dat zij een keuzerecht hadden voor de vergoeding, maar de Raad oordeelt dat zij onverminderd de keuze hebben tussen openbaar vervoer en eigen vervoer, waarbij een deel van de kosten voor eigen rekening blijft. Ook het beroep op het onderhandelingsresultaat en eerdere jurisprudentie leidt niet tot een ander oordeel. De Raad concludeert dat het beleid niet onrechtmatig is en wijst de hoger beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van het gebruik van de dienstauto zonder volledige financiële compensatie.