ECLI:NL:CRVB:2018:2330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- A. Stehouwer
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm op vader en dochter zonder uitzondering commerciële huurrelatie
Appellante ontvangt bijstand en deelt haar hoofdverblijf met haar vader. Het college heeft de bijstand verlaagd op basis van de kostendelersnorm zoals opgenomen in artikel 22a van de Participatiewet (PW). De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voert appellante aan dat de kostendelersnorm niet van toepassing zou moeten zijn omdat zij geen gezamenlijke huishouding voert met haar vader, er geen onderhoudsplicht is en zij geen kosten deelt. Tevens stelt zij dat de uitzondering voor personen met een commerciële huurrelatie niet op haar van toepassing is en dat de toepassing van de norm discriminerend is en haar eigendomsrecht schendt.
De Raad oordeelt dat de kostendelersnorm dwingendrechtelijk is en ook geldt voor bloedverwanten in de eerste graad, ongeacht feitelijke kostendeling of onderhoudsplicht. De uitzondering voor commerciële huurrelaties geldt niet voor bloedverwanten. Het onderscheid is gerechtvaardigd ter fraudebestrijding en niet discriminerend. De inmenging in het eigendomsrecht is legitiem en proportioneel, en appellante heeft onvoldoende bewijs geleverd dat toepassing van de norm tot een buitensporig zware last leidt. Ook haar beroep op sociale grondrechten wordt verworpen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.