ECLI:NL:CRVB:2018:2331
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijzondere bijstand voor inrichtingskosten bij verhuizing naar zelfstandige woning
Verzoeker ontvangt sinds januari 2014 bijstand en woonde aanvankelijk in gemeubileerde kamers. In december 2015 vroeg hij bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten bij verhuizing naar een zelfstandige woning. Het college wees dit af omdat de kosten voorzienbaar waren en verzoeker voldoende mogelijkheden had om te reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De voorzieningenrechter oordeelde dat de kosten tot de incidenteel voorkomende noodzakelijke bestaanskosten behoren die in principe uit de bijstandsnorm moeten worden bestreden.
Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat bijzondere omstandigheden hem verhinderden te reserveren. Ook het feit dat hij een lage toeslag kreeg vanwege het kunnen delen van kosten en hoge huurlasten vormen geen bijzondere omstandigheden. Daarom is het verzoek om bijzondere bijstand afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en verzoeker krijgt geen bijzondere bijstand voor inrichtingskosten.