ECLI:NL:CRVB:2018:2369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij terugvordering zorgpremie
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft de bijstand van appellant ingetrokken wegens detentie per 3 december 2015 en de gemaakte kosten van bijstand over de periode tot en met 31 december 2015, inclusief een bedrag van €855,50, teruggevorderd.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bleef het geschil beperkt tot de vraag of de betaalde zorgpremie van €152,53 over december 2015 in mindering moest worden gebracht op het terug te vorderen bedrag.
Het Zorginstituut Nederland heeft deze zorgpremie gerestitueerd aan het college, dat dit bedrag vervolgens in mindering bracht op de vordering. Hierdoor heeft appellant geen feitelijk belang meer bij het hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.