Uitspraak
16.1571 WWAJ
OVERWEGINGEN
B-persoonlijkheidsstoornis die gelet op de informatie van de huidige behandelaars in de loop der tijd bij appellant is ontstaan.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd op grond van beperkingen door een gedragsstoornis en cluster B-persoonlijkheidsstoornis. Het UWV wees de aanvraag af omdat uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant nog ten minste 75% van het minimumloon kan verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen op jonge leeftijd niet verdergaand waren dan vastgesteld. Appellant voerde hoger beroep aan met verwijzing naar psychologische rapporten en zijn beperkte arbeidsverleden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verzekeringsartsen terecht hebben geconcludeerd dat vanaf het zeventiende en achttiende levensjaar sprake was van een milde gedragsstoornis met agressieproblematiek, en dat de verdergaande beperkingen pas vanaf 1 juni 2013 zijn ontstaan. De Raad bevestigt dat de geselecteerde functies passend zijn en wijst het hoger beroep af.
De Raad ziet geen aanleiding voor inschakeling van een onafhankelijke deskundige en benadrukt dat het risico van bewijsproblemen bij appellant ligt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de proceskosten worden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag omdat appellant nog ten minste 75% van het minimumloon kan verdienen.