ECLI:NL:CRVB:2018:2468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen duurzaam gescheiden leven voor AOW-pensioen
Appellante vroeg herziening van haar AOW-pensioen omdat zij stelde duurzaam gescheiden te leven van haar echtgenoot. Uit onderzoek bleek echter dat zij regelmatig contact hebben, samen boodschappen doen, en haar echtgenoot verzorgende taken verricht en bij haar overnacht. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven, een oordeel dat de Centrale Raad van Beroep bevestigt.
De Raad benadrukte dat duurzaam gescheiden leven alleen aan de orde is als de echtelijke samenleving door de wil van een of beide echtgenoten is beëindigd en deze toestand bestendig is. Het feit dat zij in dezelfde woning verblijven is niet doorslaggevend. De omstandigheden, waaronder gezamenlijke vakanties en het gebruik van de auto, wijzen op het voortduren van de echtelijke samenleving.
De Raad verwierp het standpunt van appellante dat het hoofdverblijf bepalend is en bevestigde de vaste rechtspraak. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant blijft daarmee ongewijzigd en het verzoek tot herziening van het pensioen wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet duurzaam gescheiden leeft, waardoor haar ouderdomspensioen ongewijzigd blijft.