ECLI:NL:CRVB:2018:258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens ondeugdelijke motivering ZW-uitkering werknemer
Een werknemer was werkzaam als stratenmaker en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV zette de ZW-uitkering na een eerstejaars beoordeling ongewijzigd voort. De werkgever stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, stellende dat het onderzoek en de motivering onvoldoende waren, met name omdat psychische beperkingen niet juist waren vastgesteld en een arbeidskundig onderzoek ontbrak.
De rechtbank wees het beroep van de werkgever af, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het UWV niet zorgvuldig had onderzocht en onvoldoende had gemotiveerd. De verzekeringsarts had geen contact gezocht met de huisarts of andere behandelaars en had alleen een beperkte dossierstudie verricht. Ook was het psychisch onderzoek onvoldoende om beperkingen uit te sluiten.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven vanwege de wettelijke regeling dat intrekking van de ZW-uitkering pas ingaat na bekendmaking van de beslissing op bezwaar of hoger beroep. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en onvoldoende onderzoek, met in stand blijvende rechtsgevolgen en veroordeling van het UWV in proceskosten.