ECLI:NL:CRVB:2016:1415
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige en onvoldoende gemotiveerde beslissing over arbeidsongeschiktheid in Ziektewetuitkering
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat werkneemster vanaf 17 september 2012 arbeidsongeschikt was en recht had op een Ziektewetuitkering. Werkneemster had zich ziek gemeld in de week van 17 september 2012, maar appellante betwistte dat zij op het moment van het einde van het dienstverband op 14 september 2012 al ziek was.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat het UWV voldoende medische onderbouwing had gegeven voor de arbeidsongeschiktheid vanaf 17 september 2012. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat de ziekmelding pas per 20 september 2012 plaatsvond en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom 17 september 2012 als eerste ziektedag werd aangenomen.
De Raad stelde vast dat het UWV het besluit niet zorgvuldig en onvoldoende inzichtelijk had gemotiveerd. De datum van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag was gewijzigd zonder duidelijke onderbouwing. De verzekeringsarts had de ziekmelding op 17 september 2012 aangenomen zonder speciale aandacht aan die datum te besteden. Het UWV had geen nadere medische onderbouwing gegeven ondanks het betwisten van de arbeidsongeschiktheid door appellante.
Daarom oordeelde de Raad dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd. Op grond van artikel 8:51d Awb werd het UWV opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen binnen tien weken na verzending van deze tussenuitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerde besluit over arbeidsongeschiktheid te herstellen.