ECLI:NL:CRVB:2018:2584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens bezit woning in Suriname
Appellante ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) sinds 2010. In een heronderzoek bleek dat zij sinds 1986 eigenaar was van een woning in Suriname, die zij niet had gemeld aan de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb stopzette de AIO-uitkering en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet over de woning kon beschikken omdat zij deze beheerde voor nabestaanden en geen economisch eigendom had. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de woning kon beschikken, mede omdat de woning op haar naam stond in het eigendomsregister zonder verdere beperkingen.
Verder kon het recht op AIO-aanvulling over de periode 2010 tot 2015 niet worden vastgesteld vanwege het ontbreken van gegevens over de waardeontwikkeling van de woning. De terugvordering van het volledige bedrag werd niet als onevenredig beoordeeld. Het beroep op dringende redenen om van terugvordering af te zien werd verworpen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de terugvordering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling en de terugvordering van € 22.499,29 wegens het bezit van een woning in Suriname.