ECLI:NL:CRVB:2018:2650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Vervroegd overtolligheidsontslag ambtenaar Defensie terecht gegeven
Appellante was sinds 2006 werkzaam als burgerambtenaar bij Defensie en werd aangewezen als herplaatsingskandidaat met een ontslagdatum wegens overtolligheid per 1 mei 2015. Zij vroeg verlof aan voor de periode 29 september tot 10 december 2014, dat werd geweigerd. Ondanks dit weigerde zij het verlof niet op te nemen en voldeed zij gedurende ruim tien weken niet aan haar verplichtingen in het herplaatsingstraject.
De staatssecretaris legde daarop een disciplinaire straf van ontslag op, die door de rechtbank werd bevestigd. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze straf echter omdat de staatssecretaris niet bevoegd was een disciplinaire straf te geven voor deze gedragingen, maar wel bevoegd was het overtolligheidsontslag te vervroegen.
In het bestreden besluit wijzigde de staatssecretaris de ontslaggrond in vervroegd ontslag wegens overtolligheid. Appellante voerde onder meer aan dat zij niet opnieuw gehoord was over deze wijziging, dat het verlof ten onrechte was geweigerd en dat het vervroegd ontslag onterecht was. De Raad oordeelde dat het procesbelang aanwezig was, de hoorplicht niet was geschonden, het verlof terecht was geweigerd en het vervroegd ontslag op grond van het niet voldoen aan het herplaatsingstraject terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vervroegd overtolligheidsontslag wordt ongegrond verklaard.