ECLI:NL:CRVB:2018:2739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening besluit Ziektewet na medische beoordeling
Appellant was werkzaam als schoonmaker en meldde zich in 2008 ziek met lichamelijke klachten. Het UWV stelde in 2010 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering op grond van de Wet WIA en later de ziekengelduitkering op grond van de Ziektewet per januari 2011.
Appellant verzocht in 2015 om herziening van het besluit van 28 december 2010, met nieuwe medische informatie, maar het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de UWV-artsen niet onafhankelijk waren en dat de nieuwe medische stukken wel degelijk nieuwe feiten bevatten. De Raad oordeelde dat de medische stukken dateren van na het bestreden besluit en geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die relevant zijn voor de situatie op 3 januari 2011.
De Raad bevestigde dat het onderzoek door een UWV-arts niet in strijd is met de Awb en dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om het standpunt van het UWV te betwisten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.