ECLI:NL:CRVB:2018:274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens onjuiste ontslagbeschermingstermijn bij defensiemedewerker
Appellant, een beroepsmilitair, werd in december 2013 aangesteld en viel in januari 2014 uit wegens een blessure. Na ziekmelding op 2 februari 2014 volgde tijdelijke tewerkstelling in het kader van re-integratie. In februari 2015 werd hij ontheven uit de initiële opleiding en later eervol ontslagen per 25 mei 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen eerdere besluiten en dat de staatssecretaris bevoegd was het ontslag te verlenen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het ontslagbesluit onbevoegd was genomen omdat de ontslagbeschermingstermijn van 24 maanden op grond van ziekte pas op 2 februari 2014 is gaan lopen en op de ontslagdatum nog niet was verstreken. Wel was de staatssecretaris bij het bestreden besluit bevoegd het ontslag te handhaven op een andere grond met een latere ingangsdatum.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij tevens wordt bepaald dat tegen die beslissing alleen beroep bij de Raad mogelijk is. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het ontslagbesluit vernietigd; de staatssecretaris moet een nieuwe beslissing nemen.