Uitspraak
17.5740 WW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verrichtte werkzaamheden bij een uitzendbureau en meldde zich ziek na een bedrijfsongeval. Het UWV stelde het dagloon voor de WW-uitkering vast op basis van een arbeidsomvang van 32 uur per week, wat appellant betwistte en stelde dat het dienstverband voor 40 uur was overeengekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht van 32 uur is uitgegaan, mede omdat appellant zelf had aangegeven gemiddeld 32 uur per week beschikbaar te zijn. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank, omdat appellant geen enkel aanknopingspunt had geleverd waaruit bleek dat er een arbeidsomvang van meer dan 32 uur was overeengekomen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht is uitgegaan van een arbeidsomvang van 32 uur per week bij de berekening van het WW-dagloon.