ECLI:NL:CRVB:2018:3076
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum toekenningen Algemene Oorlogsongevallenregeling zonder ambtelijke fout
Appellant, geboren in 1942, verzocht in 2005 om toekenningen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), maar zijn aanvraag werd afgewezen wegens onvoldoende bevestiging van zijn oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en Bersiap-periode. In 2016 diende appellant een nieuw verzoek in, waarna hij alsnog werd erkend als oorlogsslachtoffer met toekenning van diverse voorzieningen met ingang van 1 juni 2016.
Appellant betwistte de ingangsdatum van de toekenningen en stelde dat deze terug diende te gaan naar de datum van zijn eerste aanvraag in 2005, dan wel met terugwerkende kracht van vijf jaar. Verweerder voerde aan dat geen ambtelijke fout was gemaakt bij de eerdere afwijzing en dat het beleid slechts terugwerkende kracht toekent bij een ambtelijke fout tot maximaal vijf jaar.
De Raad oordeelde dat het beleid van verweerder rechtmatig is en dat geen sprake is van een ambtelijke fout bij het besluit van 7 maart 2006. De Raad wees erop dat appellant destijds slechts één getuigenverklaring overlegde, wat onvoldoende was. De Raad concludeerde dat de ingangsdatum van 1 juni 2016 terecht is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de toekenningen blijft 1 juni 2016.