ECLI:NL:CRVB:2018:3094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid bevestigd
Appellant, voormalig chauffeur, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens spier- en gewrichtsklachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 1 februari 2015 op basis van een medisch rapport en verzekeringsartsbeoordeling, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV geen onjuiste maatgevende arbeid had aangenomen en dat de medische informatie van appellant onvoldoende was om het standpunt te weerleggen. In hoger beroep voerde appellant aan dat de maatgevende arbeid zwaarder was dan aangenomen en dat zijn medische situatie, waaronder immuun trombocytopenische purpura (ITP) en vitamine D-tekort, was onderschat.
De Raad onderzocht de maatgevende arbeid nader, waarbij een arbeidsdeskundige een gedetailleerde beschrijving opstelde. Deze werd als volledig en coherent beoordeeld. Medische rapporten van verzekeringsartsen en psychiater bevestigden dat appellant geschikt was voor de arbeid, ondanks de aanwezige klachten en aandoeningen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn maatgevende arbeid.