ECLI:NL:CRVB:2018:3145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en opdracht tot nieuwe beslissing inzake Wajong-uitkering
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen het besluit van het UWV van 25 februari 2016 inzake de Wajong-uitkering van appellant. Tijdens de zitting meldde het UWV dat appellant inmiddels per 6 juni 2018 in aanmerking is gebracht voor een Wajong-uitkering.
De Raad constateerde dat het bestreden besluit niet was voorbereid en gemotiveerd met inachtneming van het beoordelingskader inzake duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen uit het Compendium Participatiewet van het UWV, noch met inachtneming van relevante rechtspraak over het kunnen ontwikkelen van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Tevens was appellant niet gehoord bij de voorbereiding van het besluit en de beslissing op bezwaar.
De rechtbank had het beroep tegen het besluit ten onrechte ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom het bestreden besluit en droeg het UWV op binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen met vergoeding van proceskosten aan appellant.