ECLI:NL:CRVB:2018:3161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet verstrekken CIN-nummer en schending medewerkingsverplichting
De Sociale verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) van appellanten. Appellanten weigerden hun CIN-nummer te verstrekken, ondanks een verzoek daartoe op 2 december 2014. Hierdoor kon het recht op AIO-aanvulling niet worden vastgesteld.
De Svb besloot het recht op AIO-aanvulling op te schorten per 1 januari 2015 en later in te trekken op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar de Svb verklaarde deze ongegrond. De rechtbank Den Haag bevestigde deze besluiten en oordeelde dat appellanten niet voldeden aan de inlichtingenverplichting.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het niet verstrekken van het CIN-nummer een schending van de medewerkingsverplichting is, niet van de inlichtingenverplichting zoals de rechtbank had geoordeeld. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd bevestigd dat de Svb bevoegd is om het recht op AIO-aanvulling op te schorten en in te trekken bij onvoldoende medewerking.
Appellanten voerden onder meer een beroep op het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel aan, maar dit werd verworpen omdat de situatie bij lopende uitkeringen verschilt van die bij een aanvraag. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees proceskosten af. De uitspraak werd in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet verstrekken van het CIN-nummer wordt bevestigd.