ECLI:NL:CRVB:2018:808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet verstrekken CIN-nummers voor onderzoek vermogen in Marokko
Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO) en werden door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) onderzocht op rechtmatigheid van deze bijstand. In het kader van dit onderzoek werd hen gevraagd hun Carte d’Identité Nationale (CIN)-nummers te verstrekken, essentieel voor verificatie van inkomen en vermogen in Marokko.
Appellanten weigerden deze nummers te overleggen, waardoor de Svb het recht op AIO-aanvulling opschortte en later introk wegens onvoldoende medewerking. Appellanten voerden onder meer aan dat het opvragen van het CIN-nummer niet noodzakelijk was en in strijd met hun recht op privéleven en het discriminatieverbod.
De Raad oordeelde dat het CIN-nummer zelf geen feit is dat het recht op AIO beïnvloedt, maar wel noodzakelijk is voor het onderzoek naar vermogen in Marokko. Het selectiecriterium langdurig verblijf in het buitenland is niet discriminerend. Verder is het opvragen van het CIN-nummer niet in strijd met het Administratief Akkoord met Marokko en vormt het geen schending van het recht op privéleven. De Svb was bevoegd tot opschorting en intrekking van de AIO-aanvulling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet verstrekken van CIN-nummers wordt bevestigd.