ECLI:NL:CRVB:2018:3169

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2018
Publicatiedatum
16 oktober 2018
Zaaknummer
16/2503-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Participatiewet
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurlijke uitspraak over opschorting en intrekking AIO-aanvulling wegens niet verstrekken CIN-nummer

Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij haar aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) werd opgeschort en ingetrokken wegens het niet verstrekken van haar CIN-nummer, noodzakelijk voor onderzoek naar vermogen in Marokko.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Svb trok vervolgens het besluit van 19 mei 2015 in, waarmee het hoger beroep tegen dat besluit gegrond werd verklaard.

De Raad oordeelde dat het beroep tegen het besluit van 23 januari 2015, waarbij de AIO-aanvulling werd ingetrokken wegens schending van de medewerkingsplicht, gegrond is. Voor het overige bevestigde de Raad de eerdere uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat het niet verstrekken van het CIN-nummer een schending van de medewerkingsverplichting vormt en rechtvaardigt dat de Svb het recht op AIO-aanvulling opschort en intrekt. Appellante voerde geen nieuwe gronden aan die aanleiding geven tot een ander oordeel.

Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt gegrond verklaard, het beroep tegen het opschortingsbesluit wordt afgewezen, en het college wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

16.2503 PW-PV, 16/2504 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 maart 2016, 15/3697 en 15/6745 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 18 september 2018
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte
Griffier: F.H.R.M. Robbers
Appellante is met bericht niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van
1 september 2015 ongegrond is verklaard;
- verklaart dit beroep gegrond;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.004,-;
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
in totaal € 169,- vergoedt;
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Bij besluit van 23 januari 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 16 april 2015 (bestreden besluit 1), heeft de Svb de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) met toepassing van artikel 54, vierde lid van de Participatiewet (PW) met ingang van 22 december 2014 ingetrokken. Aan dit besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante haar medewerkingsverplichting heeft geschonden door niet binnen de haar bij het opschortingsbesluit van 22 december 2014 gegeven hersteltermijn haar CIN-nummer te verstrekken. Dit CIN-nummer was nodig om een onderzoek te starten naar vermogen in Marokko.
2. Bij besluit van 19 mei 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 1 september 2015 (bestreden besluit 2), heeft de Svb het recht op AIO-aanvulling van appellante ingevolge artikel 54, derde lid, van de PW ingetrokken vanaf 1 augustus 2013. Aan deze besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante, door haar CIN-nummer niet te verstrekken, niet heeft voldaan aan de op haar rustende inlichtingenverplichting, op grond waarvan haar recht op AIO-aanvulling niet is vast te stellen.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van appellante tegen de bestreden besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard.
4. Namens appellante heeft mr. F. Ben-Saddek, advocaat, hoger beroep ingesteld.
5. Bij brief van 14 augustus 2018 heeft de Svb de Raad laten weten dat, gelet op de uitspraken van de Raad van 26 maart 2018, bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2018:804, het bestreden besluit 2 wordt ingetrokken en het besluit van 19 mei 2015 wordt herroepen. Dit betekent dat het hoger beroep voor zover gericht tegen dit onderdeel van de aangevallen uitspraak slaagt en dat het beroep tegen bestreden besluit 2 gegrond is.
6. Bij brief van 17 september 2018 heeft appellante de Raad laten weten dat de uitspraken van de Raad van 26 maart 2018 waarin vergelijkbare zaken als de onderhavige aan de orde waren, geen aanleiding vormen voor een wijziging van het door appellante in hoger beroep ingenomen standpunt.
7. In de uitspraken van 26 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:208, CLI:NL:CRVB:2018:809 en ECLI:NL:CRVB:2018:810, heeft de Raad geoordeeld dat de appellanten in die zaken, door hun CIN-nummers niet over te leggen, onvoldoende medewerking hebben verleend aan het onderzoek naar vermogen in Marokko en dat de Svb bevoegd was om met toepassing van artikel 54, eerste lid, van de PW het recht op AIO-aanvulling op te schorten en na het verstrijken van de geboden hersteltermijn, met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de PW in te trekken. Appellante heeft geen andere gronden aangevoerd dan gelijkluidend aan de gronden die zijn beoordeeld in de hiervoor genoemde uitspraken. Geen aanleiding wordt dan ook gezien om in de hier aan de orde zijnde procedure anders te oordelen. Het hoger beroep voor zover gericht tegen dit onderdeel van de aangevallen uitspraak slaagt dan ook niet.
8. Aanleiding bestaat om de Svb te veroordelen in de kosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 501,- in bezwaar, € 1.002,- in beroep en op € 501,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) O.L.H.W.I. Korte

IJ