Uitspraak
16.2503 PW-PV, 16/2504 PW-PV
BESLISSING
in totaal € 169,- vergoedt;
Centrale Raad van Beroep
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij haar aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) werd opgeschort en ingetrokken wegens het niet verstrekken van haar CIN-nummer, noodzakelijk voor onderzoek naar vermogen in Marokko.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Svb trok vervolgens het besluit van 19 mei 2015 in, waarmee het hoger beroep tegen dat besluit gegrond werd verklaard.
De Raad oordeelde dat het beroep tegen het besluit van 23 januari 2015, waarbij de AIO-aanvulling werd ingetrokken wegens schending van de medewerkingsplicht, gegrond is. Voor het overige bevestigde de Raad de eerdere uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat het niet verstrekken van het CIN-nummer een schending van de medewerkingsverplichting vormt en rechtvaardigt dat de Svb het recht op AIO-aanvulling opschort en intrekt. Appellante voerde geen nieuwe gronden aan die aanleiding geven tot een ander oordeel.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt gegrond verklaard, het beroep tegen het opschortingsbesluit wordt afgewezen, en het college wordt veroordeeld in de kosten.