ECLI:NL:CRVB:2018:324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College moet vordering brutering verlagen door ontvangen verhaalsbijdrage ex-partner
Appellante ontving sinds 2000 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een onderzoek naar haar vermeende samenwoning werd haar bijstand ingetrokken en werd een terugvordering ingesteld over de periode van 2012 tot 2015. Het college verhoogde de netto terugvordering over 2015 door brutering, zonder rekening te houden met een verhaalsbijdrage van de ex-partner die het college had ontvangen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bruteringsbesluit ongegrond. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de brutering onjuist was omdat de verhaalsbijdrage van de ex-partner het openstaande bedrag moest verlagen. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot brutering, maar dat de ontvangen verhaalsbijdrage voor appellante als bevrijdend betaald moet worden aangemerkt, waardoor het openstaande bedrag verlaagd moet worden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en gaf het college opdracht een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het college moet het bedrag van de brutering van de terugvordering verlagen met de ontvangen verhaalsbijdrage van de ex-partner en een nieuwe beslissing nemen.