ECLI:NL:CRVB:2012:BX6096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en onbekendheid met aanvraag
Appellante vond vanaf april 2007 onderdak bij een vrouwenopvang en tekende een aanvraagformulier voor bijstand waarbij de uitkering op een rekening van de vrouwenopvang werd gestort. Het college kende haar bijstand toe vanaf februari 2007 en paste dit aan na haar verhuizing in april 2008. In 2008 werd een storting van ruim €30.000,- op haar rekening geconstateerd, wat leidde tot onderzoek en uiteindelijk intrekking van de bijstand over de periode juli 2007 tot oktober 2008 vanwege overschrijding van de vermogensgrens.
Appellante voerde aan dat zij niet wist dat bijstand op haar naam was aangevraagd, analfabeet was en de uitkering niet zelf ontving. De Raad oordeelde dat appellante zich bewust was van de aanvraag en de bijstand, mede door haar verklaring tijdens het verhoor en het feit dat zij inkomstenverklaringen invulde en haar verhuizing meldde. De betaling aan de vrouwenopvang deed hieraan niet af; de bijstand was aan haar verleend en kon alleen van haar worden teruggevorderd.
De Raad verwierp ook het bezwaar dat de terugvordering bruto had plaatsgevonden en dat het college niet had mogen terugvorderen over de periode na haar verhuizing. De intrekking en terugvordering waren terecht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.