ECLI:NL:CRVB:2018:3257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland zonder dringende redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef van 2 mei tot 1 juni 2016 in het buitenland. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg trok de bijstand in voor de periode van 31 mei tot en met 21 juni 2016 wegens overschrijding van de maximaal toegestane verblijfsduur van vier weken.
Appellante stelde dat zij vanwege de ernstige ziekte van haar moeder niet eerder kon terugkeren en beriep zich op zeer dringende redenen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet voldeden aan de strenge criteria voor zeer dringende redenen, zoals een acute noodsituatie die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel kan veroorzaken.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Er was geen bewijs dat appellante in behoeftige omstandigheden verkeerde die alleen door bijstand konden worden verholpen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het besluit tot intrekking van de bijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van de bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland wordt bevestigd.