ECLI:NL:CRVB:2021:1086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verblijf langer dan vier weken buiten Nederland zonder dringende redenen
Appellante ontving bijstand en verbleef meerdere keren kortdurend in Servië. Het college trok de bijstand in over de periode waarin zij langer dan vier weken buiten Nederland verbleef, omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 13 PW Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat geen sprake was van dringende redenen zoals een acute noodsituatie die bijstand onvermijdelijk maakt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij medische behandelingen onderging in Servië en vanwege problemen met haar ex-echtgenoot vaak bij familie verbleef. De Raad oordeelde dat deze gronden onvoldoende waren onderbouwd en dat de medische behandelingen vóór de overschrijding van de vier weken niet van belang waren voor de beoordeling.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen dringende redenen aanwezig waren en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verblijf langer dan vier weken buiten Nederland zonder dringende redenen wordt bevestigd.