ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding wettelijk toegestane vakantieperiode
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verbleef van 26 januari tot 9 maart 2010 in de Dominicaanse Republiek. Het dagelijks bestuur trok haar bijstand in over de periode 24 februari tot en met 8 maart 2010 wegens overschrijding van de wettelijk toegestane vakantieperiode van vier weken.
De voorzitter van het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de rechtbank bevestigde dit besluit. De Raad stelde bij tussenuitspraak vast dat de voorzitter niet bevoegd was het bezwaar te behandelen, maar het dagelijks bestuur wel. Het dagelijks bestuur herstelde dit bevoegdheidsgebrek met een nieuw besluit.
De Raad vernietigt het besluit van de voorzitter wegens bevoegdheidsgebrek en verklaart het beroep gegrond. Het beroep tegen het besluit van het dagelijks bestuur wordt echter ongegrond verklaard omdat geen sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 WWB Pro. Het langere verblijf van appellante had geen betrekking op haar eigen situatie en voldeed niet aan de criteria van een acute noodsituatie.
Het dagelijks bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het dagelijks bestuur wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van zeer dringende redenen.